Ik vind alles leuk. Misschien niet alles, maar wel heel veel. Talloze cursussen, workshops en interesse gebieden kan ik op mijn naam schrijven. Ooit woonde ik in Rusland om de Russische taal te leren. Ik heb twee jaar Japanse taal en cultuur bestudeerd. Ik heb technische opleidingen gevolgd, kan programmeren in verschillende talen. Ik volg momenteel twee studies, binnenhuis architectuur en culturele wetenschappen aan de Open Universiteit. Ik schilder met olieverf, teken met houtskool enz, enz.
Omstanders verbazen zich over het gemak waarmee ik resultaten behaal, en ergens gaat het toch mis. Ik maak de studie af (soms ook niet), gooi (indien van toepassing) mijn diploma in een hoek en zie het volgende onderwerp met grote belangstelling tegemoet.
Het heeft voordelen, om met vele onderwerpen vertrouwd te zijn, maar dan komt de specialist. Vol overgave vertelt hij over zijn vakgebied en kijkt mij vervolgens vragend aan: “En jij”? Enthousiast begin ik met het onderwerp van mijn dag. Andere onderwerpen, meestal inclusief het vakgebied van de specialist, ken ik voldoende om erover mee te praten, maar nooit op zijn niveau. Waarna ik warrig aangekeken wordt. Een beetje over heel veel? Dat is dus niets!
In het verleden kon ik met jaloezie zo’n specialist bekijken. Zoveel aandacht voor een vakgebied! Dat is kwaliteit, dat heb ik niet.
Maar langzaam leer ik dat het zijn van een generalist ook zijn voordelen heeft. Ik ben oneindig enthousiast, voel me overal thuis. Ik herken situaties snel en kan er doelgericht mee omgaan. Ik zorg voor verbinding binnen organisaties, ik kan een techneut met een commerciële accountmanager laten praten. Ik kan directie en management verbinden met de werkvloer, zodat zij gezamenlijk de organisatie doelen bereiken. Maar vervolgens blijven om te beheren, dat kan ik dan weer niet.
En met een stil verlangen kijk ik soms nog naar een specialist. Maar koester nu mijn eigen gave, hoe veelzijdig oppervlakkig dat dan ook soms is!